
Er is veel onduidelijkheid over het ontstaan van chirurgische branden; een brand die tijdens een operatie ontstaat op of in een patiënt. Is er sprake van een hoog of een laag risico? Welke factoren zijn van invloed op het ontstaan van een chirurgische brand? Welke maatregelen kunnen een chirurgische brand voorkomen? Bij elke operatie is de branddriehoek compleet; Er zijn brandbare stoffen, ontstekingstemperatuur en zuurstof aanwezig.
Tijdens een operatie zijn brandbare materialen in, op en in de directe omgeving van de patiënt aanwezig. Aan afdekmaterialen en operatiejassen worden geen eisen ten aanzien van de (on)brandbaarheid van deze materialen gesteld. De eisen in de norm voor deze materialen, EN 13795, hebben vooral betrekking op infectiepreventie, sterkte van het materiaal en de vloeistofpenetratie. Om een beeld te krijgen van het brandgedrag van de afdekmaterialen en de celstofonderleggers is een aantal indicatieve brandproeven uitgevoerd. Hierbij werd duidelijk dat het afdekmateriaal (de groene doeken) makkelijk ontvlambaar is. De vlamuitbreiding, de snelheid waarmee de vlam zich verplaatst, is bij deze doeken hoog. Het brandgedrag van het celstofmateriaal is gunstiger. Dit materiaal is minder snel ontvlambaar en heeft een zeer lage vlamuitbreiding. De gebruikte desinfectiemiddelen bestaan voor 70% uit alcohol. Het vlampunt van het desinfectiemiddel is 21 graden Celsius. Indien desinfectiemiddelen tot ontbranding komen, zijn er door de volledige verbranding geen vlammen zichtbaar. Hierdoor wordt een dergelijke brand niet onmiddellijk opgemerkt. In een zuurstofverrijkte atmosfeer zijn ook de tubes en slangen die zich, voor de beademing en narcose, gedeeltelijk in de patiënt bevinden ontvlambaar.
Zuurstof is in de omgevingslucht aanwezig. Om de kans op wondinfectie te verminderen wordt er tijdens een operatie constant gefilterde lucht over de operatietafel geblazen. In het gebied van het hoofd tot de hogere borst kan door lekkage tijdens de beademing een zuurstofverrijkte atmosfeer ontstaan. Hierdoor wordt de ontstekingstemperatuur van materialen verlaagd. Indien er in een dergelijke atmosfeer een brand ontstaat, zal deze brand een zeer snel en moeilijk te blussen verloop hebben.
Het aantal chirurgische branden in Nederland is onbekend. In de Verenigde Staten worden per jaar circa 65 miljoen chirurgische ingrepen verricht. Het aantal chirurgische branden in de VS varieert ieder jaar van 550 tot 650 branden per jaar. Hiervan hebben er 20 tot 30 blijvend letsel of invaliditeit tot gevolg. Per jaar zijn er 1 of 2 fatale branden. Dit zijn meestal luchtwegbranden. Om de luchtweg vrij te houden en om te voorkomen dat inhoud van de maag (passief) in de longen loopt, wordt er vaak een buis in de luchtweg van de patiënt gebracht. Hierdoor wordt de luchtweg afgesloten en vindt beademing via de buis plaats. Indien de buis bij het toepassen van laser door de laserstraal geraakt wordt, zal deze buis gaan branden, een zogenaamde luchtwegbrand. Bij ongeveer 70% van de branden is diathermieapparatuur (zie volgende paragraaf) de ontstekingsbron, 10% van de branden wordt door laser veroorzaakt. De rest van de oorzaken is divers, onder andere scopen (een minuscule camera met een lichtbron) en elektrocauterisatie (het dichtschroeien van bloedvaten met behulp van een apparaat dat op een soldeerbout lijkt). Defibrillatoren (een apparaat dat met een elektrische schok het hart op gang kan brengen) en boren zijn uitsluitend in een zuurstofverrijkte atmosfeer een ontstekingsbron.
Diathermie is een techniek die veel lijkt op elektrisch lassen en wordt op twee manieren toegepast voor snijden en coaguleren. Bij snijden ontploffen de cellen, bij coaguleren verdampt de inhoud van de cellen waardoor ze uitdrogen en aan elkaar plakken. Het coaguleren, waarvoor een lager vermogen dan bij het snijden wordt gebruikt, wordt vooral toegepast voor het dichten van bloedvaten Er zijn twee vormen diathermie: monopolaire en bipolaire diathermie. Bij diathermie kunnen er vonken ontstaan en kan er ontsteking plaatsvinden. Dit probleem doet zich meestal met herbruikbare monopolaire kabels voor die zijn aangesloten op een actieve elektrode. Bij bipolaire diathermie is dit door het lage vermogen onwaarschijnlijk. De kans op het ontsteken van een brand door diathermie wordt aanzienlijk vergroot indien de kabels van de diathermie-apparatuur beschadigd zijn. Deze kabels kunnen op vele manieren worden beschadigd, bijvoorbeeld door schuren of bekneld raken tussen wielen van karren. Een oppervlakkige schade aan de isolatie zal weinig problemen opleveren. Bovendien kan deze schade door de medewerkers worden ontdekt. Indien er sprake is van een inwendige kabelbreuk, is de kans op vonkvorming of verbranding van de kabels enorm en de kans op ontdekking van de breuk door medewerkers gering.
Laser maakt het mogelijk om weefsel te snijden of te coaguleren. Door de hitte van de laser kan afdekmateriaal in brand raken en kan er brand in de luchtweg van de patiënt optreden. Het al dan niet in brand raken van afdekmateriaal door laser is afhankelijk van:
· de sterkte van de laserstraling;
· de hoek van de bundel;
· de bestralingsduur;
· de absorptie van de laserstraling in het materiaal.
Door reflectie kan laser in een ongewenste richting gaan en brandbare materialen ontsteken. Het materiaal dat tijdens een laserbehandeling in de nabijheid van het werkgebied gebruikt wordt, dient zodanig te worden geselecteerd of bewerkt dat de reflectie zo gering en zo diffuus mogelijk is.
Het bekende gezegde 'voorkomen is beter dan genezen' (in dit geval 'beter dan blussen') geldt zeker tijdens een operatie. Kortsluiting in apparatuur of een zuurstoflek kunnen het gevolg zijn van onvoldoende of verkeerd onderhoud. Periodiek onderhoud door deskundigen is daarom van belang. Op apparatuur moet door middel van stickers voor OK-medewerkers in de operatiekamer duidelijk zichtbaar zijn wanneer het laatste onderhoud heeft plaatsgevonden en voor welke datum het volgende onderhoud moet worden uitgevoerd. Voorafgaand aan elke operatie dient de apparatuur, door de operatieassistent, op een goede werking en instelling te worden gecontroleerd. Een aantal apparaten, waaronder diathermieapparatuur, kent een veelvoud aan instellingsmogelijkheden. Dit vergroot de kans op het maken van fouten. Door het apparaat te voorzien van een korte instructiekaart kunnen de instellingen worden gecontroleerd en wordt de kans op fouten verkleind. In het gebied rond het hoofd, het gezicht, de hals of de hogere borst kan een zuurstofverrijkte atmosfeer ontstaan. Tijdens het gebruik van apparatuur in dit gebied dient de zuurstoffractie zo laag mogelijk te zijn. Tijdens een operatie is de bewegingsruimte rondom de patiënt door de aanwezige medewerkers en apparatuur gering. Hierdoor is het mogelijk dat de medewerkers tegen elkaar of de apparatuur stoten. Door bij de inrichting van de OK voor voldoende bewegingsruimte te zorgen, wordt dit risico beperkt. Het stellen van eisen betreffende ontvlambaarheid en vlamuitbreiding van afdekmaterialen en operatiejassen vergroot de brandveiligheid op de OK. Een lage vlamuitbreiding maakt ingrijpen, blussen, mogelijk.
Auteur: J. Foliant Auteur: J. Foliant
Rapport – Laserveiligheid in de gezondheidszorg – Stichting laserveiligheid in de gezondheidszorg – 2006.
Risk Management Control
Postbus 3044
3502 GA Utrecht
Tel : 088 762 0000
Fax: 084 714 8042
info@continuiteitsbeheer.nl